Column JaBi
Vlakker en duurder
Lepeltak is de naam van een journalist te Amsterdam. Ik volg hem al vele
tientallen jaren en gelukkig is hij nog eens met zijn commentaren zo nu en dan
op tv te horen en zien. Dat gebeurt dan weliswaar is het zakenprogramma van
Harry Mens, dat zwaar gesponsord is door het bedrijfsleven en daardoor nooit de
beste objectiviteit kan nastreven. Maar goed, het gaat om de visies van Lepeltak
en die zijn, in mijn ogen, meer dan ooit raak.
Neem nou, recentelijk zijn kijk op het koninklijk huis. Hij noemde de Oranjes
nog net geen verwende kinderen maar de aanhang des te meer.
Hij voorziet moeilijke tijden voor het koningshuis en ik kan die alleen maar
delen. De visie van Lepeltak kwam er in feite op neer dat hij met grote vreze
een verloedering van het koninklijk huis ziet. Waarom? Omdat de ene prins na de
andere met…een burgermeisje trouwt. Daar is natuurlijk niets op tegen. Liever
een burgermeisje met liefde aan je arm, dan een adellijke dame waar de
genegenheid en liefde nooit in ontstaan zijn. Dat wel natuurlijk.
Maar gaat u eens na: er zijn de laatste jaren heel wat huwbare relaties in de
Oranjestam geweest. Niet een telg heeft een liefde gevonden op royaltyniveau.
Zelfs de kroonprins – die toch binnen niet al te lange tijd (2-3 jaar?) - de
troon zal bestijgen, heeft een meisje uit burgerlijke kringen te Argentinië
gehuwd.
En, ik wil niet haatdragend zijn of stigmatiserend, wel ook iemand, wier
reputatie wel goed zal zijn maar die toch zal meedragen, dat haar vader tijdens
de juntaperiode in dat land, op zijn minst een dubieuze rol heeft gespeeld. De
facto kunnen we dat laatste Maxima natuurlijk niet aanrekenen.
Maar zo zijn er meer reputaties in de koninklijke wereld waar ik toch wat
vraagtekens bij zet. Dat begint – als we een eeuwtje terug gaan – al bij wijlen
Prins Bernhard, de vader van de huidige koningin. Ik memoreer hier dat hij van
buitenlandse en in dit geval Duitse komaf is (kan hij ook niks aan doen), maar
zijn levenswandel aan de zijde van een koningin is niet altijd – laat ik het
even eufemistisch zeggen – onberispelijk geweest. Er zijn te veel affaires
geweest waar Bernhard een rol van betekenis heeft gespeeld, en waarbij de
Oranjes niet altijd even goed gescoord hebben. Het geeft ook de menselijkheid
van deze aardbewoners aan, maar toch. Als je al in een dergelijke - laten we
toch eerlijk zijn - bevoorrechte positie belandt, heb je rechten en plichten. De
rechten zijn enorm. En bij die plichten hoort nu eenmaal een zo gelijkmatig
opgebouwde reputatie. Zoals Bernhards schoonzoon, prins Claus – ook van Duitse
afkomst (!) – dat heeft gedaan, die altijd een sympathiek rol heeft vertolkt.
Hij wist zijn plek, zeg ik altijd. Dat het ook mis kan gaan bij koninklijke
huwelijken, waarbij adellijke partners opdoken, heeft prinses Irene aangetoond
en dat het burgerlijk-van-topniveau kan misgaan haar zus Christina.
Maar ik wil naar het nu kijken. Dan zie ik toch dat alle prinsen tegenwoordig
burgermeisjes in hun hart gesloten hebben. Intelligente vrouwen. Lepeltak
beweerde onlangs dat de voormalige opperstalmeester geopperd heeft, dat Maxima
twee keer zo intelligent was als haar gemaal, de toekomstige koning.
Intussen – en in zoverre ben ik het eens met Lepeltak – stapt het ene burgertje
na het andere het hof binnen en krijgt gelijk dezelfde allures. Dat eerste kan
ik niet tegen houden maar dat tweede vind ik niet passen. Dat verhevigt bij mij
de wens dat we toch naar een republiek moeten overschakelen, het koningshuis met
pensioen moeten sturen en alleen voor ceremonies nog inhuren. Dat we ze moeten
onderhouden is bekend en is grotendeels helaas. Maar dat we al die toelages en
voorkeurrechten moeten afbouwen staat voor mij ook vast. Hoe meer jeugd erbij
komt, hoe duurder het voor onze belastingbetaler wordt. Alleen de titel al – van
graaf tot prinsesje – kost ons, hoe dan ook, geld. Al is het niet direct maar
indirect. Een voorbeeld: alleen al beveiligingskosten.
Prinses Maxima, ik heb moeite met deze titel. Net als die bij Laurentien. Maar
ik krijg het nog net uit mijn pen. Nog meer moeite heb ik met Mabel, om haar als
prinses hier af te schilderen gaat me te ver. Het zal best een aardige vrouw
zijn aan de borreltafel, maar ik kan en wil haar niet met de prinsessentitel
aanspreken. Eenvoudigweg omdat ze, niet alleen in mijn ogen, vriendschapsbanden
met dubieuze figuren heeft onderhouden, waarbij ook nog aanvankelijk gelogen is…
Liegen vind ik al niks als mijn kinderen dat zouden doen maar als een
burgermeisje dat prinsessentitel heeft gekregen dat doet, vind ik dat
verwerpelijk. Nooit zal zij daarom een in mijn ogen een koninklijke titel kunnen
en mogen voeren. Vervlakking en verloedering alom dus…
Conclusie: voor mij kunnen de
voornaamste Oranjes - en lang niet allemaal - met een bescheiden ceremonierol
verder en eveneens met dito, een bescheiden financiële bijdrage. Voor onderhoud
en levensstijl moeten ze het eigen vermogen mogen maar aanspreken. Volgens
ingewijden zijn de Oranjes puissant rijk en kunnen ze heel goed heel veel zelf
betalen. Als een prinses dan graag een luxueuze en uitpuilende garderobe wil van
de duurste couturiers, prima. Maar dan wel graag die extraatjes en super-luxe
zelf betalen. En niet van uw en mijn belastingcenten.
En zo zijn er meer dingen. Of zoals mijn kennis zei: “Ik klaag niet. Maar ik
erger me er erg aan als ik in de bladen en op tv die wintersportforto’s zie. Ik
vind: niet van mijn centen met de hele familie elk jaar op een dure
wintersportvakantie; ik heb me dat nog nooit kunnen permitteren zolang mijn
kinderen een studie volgen, die wij ook nog zelf moeten betalen”, aldus de
kennis. Gelijk heeft-ie eigenlijk.
JaBi
Lees ook de andere columns van JaBi
Adieu Tante Pos
Broodmager en goudgerand: goede dag!